Home » Kerk » Bijbelse spreekwoorden

Bijbelse spreekwoorden

 


Al het mijne is het uwe - Lucas 15:31

Alles is ijdel(heid) - Prediker 1:2

Alles is onuitsprekelijk vermoeiend - Prediker 1:8

Alles op zijn tijd - Prediker 3:1

Als de ene blinde de andere leidt, vallen beiden in de sloot - Matteüs 15:14

Als een dief in de nacht - 1 Tessalonicenzen 5:2  

Als een zoutpilaar staan – Genesis 19:26

Babylonische spraakverwarring – Genesis 11:7-9

Beter een goede buur dan een verre vriend

(Een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg.) - Spreuken 27:10  

Bij de pakken neerzitten - Genesis 49:14  

Bij hoog en laag zweren - Matteus 5:34-35  

Daar zal geween zijn en tandengeknars - Matteüs 8:12

Dat is een teken aan de wand - Daniël 5:5  

Dat is niets nieuws onder de zon - Prediker 1:8-9  

Dat kan het daglicht niet verdragen - Johannes 3:20

De Alfa en de Omega – Openbaring 1:8 

De beker aan je voorbij laten gaan – Matteüs 26:39

De Benjamin van de familie / Genesis 35

De buik der goddelozen heeft nimmer genoeg – Spreuken 13:25

De eerste steen werpen – Johannes 8:7

De dood in de pot - 2 Koningen 4:40

De Filistijnen over u - Richteren/Rechters 16:9-20

De geest is gewillig maar het vlees zwak – Mattheüs 26:40-41

De hand in eigen boezem steken - Exodus 4:6  

De haren rijzen je te berge - Job 4:15  

 

 

De innerlijke mens sterken - 2 Korintiërs 4:16

De inwendige mens – Efeziërs 3:16

De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ - Joh 8,57  

De laatsten zullen de eersten zijn - Marcus 10:31

De laatsten zullen de eersten zijn - Matteus 19:30, Matteus 20:16, Marcus 10:31 en Lucas 13:30  

De lier/de harp aan de wilgen hangen – Psalm 137:2

De loftrompet blazen - 2 Kronieken 7:6

De overheid draagt het zwaard niet tevergeefs - Romeinen 13

De schellen vallen hem van de ogen - Handelingen 9:18  

De splinter in een anders oog zien, maar niet de balk in eigen oog - Matteus 7:3 en Lucas 6:41  

De verloren zoon - Lucas 2:11-31

De woestijn zal bloeien als een roos - Jesaja 35:1

De zondebok zijn - Leviticus 16:21 en Hebreeën 10:4  

Die niet werkt zal niet eten - 2 Tessalonicenzen 3:10  

Die wind zaait zal storm oogsten - Hosea 8:7  

Die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden - Matteus 23:12 en Lukas 18:14  

Door het oog van de naald gaan - Matteüs 19:24

Een aanfluiting - Jeremia 19:8

Een balk in het oog – Mattheüs 7:3-5

Een barmhartige Samaritaan Lucas 10:25-37 een onverwachtte helper in nood

Een berg werk verzetten – Marcus 11:23

Een doorn in het oog - Numeri 33:55 en Jozua 23:13  

Een Farizeeër zijn - Matteüs 23:26

Een geloof als een mosterdzaad - Lucas 17:6

Een hond keer terug naar zijn eigen braaksel – 2 Petrus 2:22

 

 

Een lust voor het oog - Genesis 3:6  

Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde - Jesaja 65:17 en Openbaring 21:1

Een ongelovige Thomas - Johannes 20:24-29

Een rib uit je lijf - Genesis 2:21-22

Een roepende in de woestijn - Jesaja 40:3, geciteerd in matteus 3:3, Lucas 3:4, Johannes 1:23

Een Salomonsoordeel - 1 Koningen 3:16-28

Een teken aan de wand - Daniël 5:25

Een teken des tijds [Matteüs 16:3] 

Een wet van Meden en Perzen - Esther I:19 en Daniël 6:9

Een wolf in schaapskleren - Matteus 7:15  

Eerder nog gaat een kameel door het oog van de naald dan dat een rijkaard in de hemel komt -

Mattheüs 19:24

Eerst zien en dan geloven - Johannes 20:25  

Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal - Exodus 20:12

En zie het was Lea Genesis 29:25

Er is niets nieuws onder de zon - Prediker 1:10

Er zit een addertje onder het gras - Genesis 3:1 en Matteus 12:34, Matteus 3:7  

Ere wie ere toekomt - Romeinen 13:7

Ga heen, en zondig niet meer - Johannes 8:11

Gaat heen en vermenigvuldigt u - Genesis 1:28 en 9:1

Geef de keizer wat des keizers is - Matteüs 22:21

Geen tittel of jota veranderen - Matteüs 5:18

Geen zorgen voor de dag van morgen - Mattheüs 6:34

Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde - 1 Korintiërs 13:13

Gewogen en te licht bevonden - Daniël 5:27

Het heilige der heiligen - Exodus 27:33 e.v

Meer Bijbelse spreekwoorden